Dankzij verschillende initiatieven in de afgelopen jaren, zoals de door de overheid samengestelde Taakgroep Ouderenwelzijn in 2024, hebben we het op Curaçao steeds vaker over de vergrijzing. De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben ons ervan overtuigd dat het aandeel zestigplussers binnen onze bevolking groeit en inmiddels ongeveer 34% bedraagt.
In 2025 drukte het CBS ons verder met de neus op de feiten door de verborgen armoede onder de ouderenpopulatie zichtbaar te maken. Ruim 41% van de ouderen op Curaçao heeft uitsluitend een Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) uitkering als inkomen en in dat jaar kwamen daar nog eens duizend ouderen bij. De maximale AOV-uitkering bedroeg ongeveer 860 gulden per maand. Onder grote maatschappelijke druk verhoogde de overheid eerder dit jaar dit bedrag naar 1.000 gulden per maand. Maar ook dat bedrag blijft ontoereikend en ligt ruim onder de laagste schaal van het minimumloon van meer dan 1.300 gulden per maand. Bovendien heeft een groot deel van de ouderen die moeten rondkomen van een AOV-uitkering niet eens recht op het maximale bedrag, omdat zij een periode in het buitenland hebben gewoond. Juist daar hebben velen kennis en ervaring opgedaan waar wij als eiland jarenlang van hebben geprofiteerd.
We hebben het steeds vaker over de druk op de zorg en de oplopende kosten van sociale voorzieningen. We spreken over het tekort aan geschikte woningen en zorginstellingen voor ouderen. We kijken met gemengde gevoelens toe wanneer de Inspectie voor de Volksgezondheid opnieuw een tehuis sluit vanwege schrijnende situaties. Enerzijds juichen we deze acties toe. Anderzijds vragen we ons af wie de zorg gaat overnemen voor de ouderen die daardoor hun woonplek verliezen. Af en toe hebben we het over mantelzorgers die zonder noemenswaardige steun vanuit de maatschappij proberen werk, gezin en zorg te combineren. Dit zijn belangrijke gesprekken, maar onder de oppervlakte leeft een ander onderwerp waar wij ons als gemeenschap nauwelijks openlijk over uitspreken, namelijk de verwaarlozing en mishandeling van ouderen.
Overal ter wereld wordt het onderwerp verwaarlozing en mishandeling zoveel mogelijk vermeden, terwijl het juist de meest kwetsbare groepen treft en een grote economische en sociale impact heeft op een samenleving. Gelukkig krijgen sommige doelgroepen, zoals kinderen en vrouwen, wereldwijd steeds meer aandacht. Zoals het debat rondom femicide in Nederland. Ouderen blijven daarentegen nog vaak in de schaduw. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt één op de zes ouderen slachtoffer van ernstige verwaarlozing en/of mishandeling. Wanneer we die cijfers vertalen naar Curaçao, ontstaat een confronterend beeld. Met een bevolking van ongeveer 158.000 inwoners en naar schatting ruim 54.000 mensen van 60 jaar en ouder, zou dit betekenen dat ongeveer 9.000 ouderen slachtoffer zijn geweest (of nog zijn) van een vorm van mishandeling of verwaarlozing. In een kleine gemeenschap als Curaçao kunnen we bij dat aantal niet spreken over statistieken; het gaat om die lieve buurman uit je jeugd, jouw voormalige leraar of misschien zelfs je grootouders.
Bij het horen van het woord mishandeling denken de meeste mensen aan fysiek geweld: slaan, schoppen, duwen, wurgen, vastgrijpen of andere handelingen die leiden tot lichamelijk letsel. Soms denkt men ook aan seksueel misbruik, waarbij seksuele handelingen plaatsvinden zonder vrijwillige toestemming van het slachtoffer. Beide vormen zijn ernstig. Toch kent mishandeling, en dus ook ouderenmishandeling, vele andere vormen die minder zichtbaar zijn, maar evenzeer verwoestende gevolgen kunnen hebben. Psychische of emotionele mishandeling omvat vernedering, intimidatie, bedreigingen, uitsluiting, manipulatie en het voortdurend kleineren van iemand. Wereldwijd is dit de meest voorkomende, maar tegelijkertijd minst zichtbare vorm van mishandeling.
Daarnaast wordt financieel misbruik erkend als een vorm van mishandeling. Denk aan diefstal van geld of sieraden, pinpasfraude, misbruik van machtigingen of het onder druk zetten van ouderen om testamenten aan te passen. Juist ouderen met cognitieve achteruitgang zijn hiervoor bijzonder kwetsbaar. Daarnaast bestaat ernstige verwaarlozing: het structureel nalaten van noodzakelijke zorg, voeding, medicatie, hygiëne, medische behandeling of sociale ondersteuning. Verwaarlozing kan passief zijn, bijvoorbeeld wanneer een overbelaste mantelzorger niet langer in staat is voldoende zorg te bieden.
Onze maatschappelijk werkers hebben soms te maken met gevallen van ouderenmishandeling en vertellen hier over.
De oorzaken van ernstige verwaarlozing en mishandeling van ouderen zijn niet eenvoudig aan te wijzen. Uiteraard speelt kwaadwilligheid in sommige gevallen een rol. De WHO wijst onder andere op leeftijdsdiscriminatie als belangrijke factor. Maar ernstige verwaarlozing kan ook ontstaan doordat de pleger zelf slachtoffer wordt van een systeem dat tekortschiet. Denk aan de mantelzorger die de zorg niet langer aankan en daardoor een oudere begint te verwaarlozen. Of de verzorgende die zonder de juiste training en adequate hulpmiddelen ouderen moet verzorgen met complexe ziektebeelden of gedragsproblemen en niet langer controle heeft over zijn of haar emoties. Veel ouderen die slachtoffer zijn van verwaarlozing of mishandeling zijn afhankelijk van hun verzorger. Sommigen hebben cognitieve beperkingen of dementie. Anderen durven niet te spreken uit angst voor represailles of uit vrees de weinige ondersteuning die zij nog hebben te verliezen. Daardoor blijft een groot deel van de problematiek onzichtbaar en daarmee onoplosbaar.
Het is goed denkbaar dat een belangrijk deel van de verwaarlozing en mishandeling op Curaçao voortkomt uit een systeem dat de toenemende druk niet langer aankan. We spreken al jaren over de gevolgen van de vergrijzing, maar voordat structurele oplossingen kunnen worden ontwikkeld, verdwijnen veel van deze onderwerpen weer naar de achtergrond. Mensen leven langer dan ooit tevoren, maar brengen ook meer jaren door met chronische ziekten, lichamelijke beperkingen, dementie en andere complexe gezondheidsproblemen. De vraag naar zorg stijgt sneller dan onze capaciteit om die zorg te leveren. Juist onder zulke omstandigheden neemt het risico op verwaarlozing en mishandeling toe.
Wat dit onderwerp extra ongemakkelijk maakt, is het sterke vermoeden dat verwaarlozing en mishandeling niet alleen voorkomen in de privésfeer, maar ook binnen zorginstellingen. Volgens WHO-gegevens rapporteert wereldwijd ongeveer twee derde van de zorgverleners in instellingen dat zij in het afgelopen jaar zelf pleger of getuige zijn geweest van een vorm van ouderenmishandeling. Het gaat daarbij vaak om psychisch geweld, maar ook om ernstige verwaarlozing, fysieke mishandeling, financiële uitbuiting en seksueel misbruik. Zorginstellingen op Curaçao zullen dit beeld ongetwijfeld herkennen via hun klachtenafhandeling en proberen met beperkte middelen dergelijke situaties op te lossen. Door de zorgverlener te vragen om extra alert te zijn of te bemiddelen tussen familieleden wanneer de pleger een familielid is. Of door disciplinaire maatregelen te nemen, indien de pleger een werknemer is. Het Ministerie van GMN houdt toezicht op instellingen en tehuizen en intervenieert via de Inspectie voor de Volksgezondheid. Maar het sluiten van een tehuis vanwege onveilige situaties brengt tegelijkertijd een plaatsingsprobleem met zich mee dat niet eenvoudig kan worden opgevangen door de huidige instellingen. Familieleden proberen te redden wat er nog te redden valt, terwijl het Ministerie van SOAW bijdraagt door daar waar mogelijk ouderen op sociale indicatie in een instelling te plaatsen. We doen allemaal ons best om de hevigste brandjes te blussen, terwijl de werkelijke oorzaken en de omvang van het probleem grotendeels verborgen blijven. Naarmate Curaçao verder vergrijst, wordt dit een probleem dat wij ons niet langer kunnen veroorloven te negeren.
Voor het slachtoffer leidt verwaarlozing en mishandeling vaak tot lichamelijk letsel, verlies van zelfstandigheid, financiële schade, depressie, angst, sociaal isolement en langdurige trauma's. Maar de gevolgen reiken veel verder dan het slachtoffer zelf. Mantelzorgers en hun gezinnen dragen eveneens de gevolgen. Zorginstellingen worden ermee geconfronteerd. En het probleem beperkt zich niet tot de ouderenzorgsector.
Indien de pleger een familielid is, krijgen vaak andere familieleden extra zorgtaken. Wanneer het incident binnen een instelling plaatsvindt, krijgt de familie niet alleen extra zorgtaken, maar kan ook te maken krijgen met juridische procedures. Deze procedures kosten tijd, geld en energie en vergroten tegelijkertijd de druk op een rechtssysteem dat al kampt met hoge werkdruk. Daarnaast verloopt herstel bij ouderen doorgaans langzamer. Revalidatie vraagt meer tijd, meer medische zorg en meer ondersteuning. Daardoor neemt ook de druk op ziekenhuizen en andere zorgverleners toe, zoals psychologen, maatschappelijke werkers en fysiotherapeuten. Hogere werkdruk binnen en buiten de zorgsector leidt tot een grotere emotionele belasting binnen gezinnen, meer stress op de werkvloer, hogere ziekteverzuimcijfers en een verdere belasting van sociale voorzieningen. Daardoor ontstaat een kettingreactie die veel verder reikt dan één slachtoffer.
Het zou prettig zijn als we concrete data hadden, zodat we precies wisten waar we de oplossing zouden moeten zoeken. Nog fijner als we één duidelijke oplossing voor deze problematiek konden aanwijzen: meer zorginstellingen bouwen bijvoorbeeld. Maar zelfs bij een globale verkenning van de oorzaken en mogelijke oplossingen, wordt al snel duidelijk dat het hier gaat om een complex probleem met verschillende oorzaken die verschillende oplossingen vergen.
Stel we kiezen voor financiële compensatie van mantelzorgers, zodat meer mensen hun ouderen langer thuis kunnen houden. Veel mantelzorgers combineren een fulltimebaan met de zorg voor een ouder, hun partner en hun kinderen. De emotionele belasting is enorm. Terwijl mantelzorgers op Curaçao nauwelijks steun krijgen op emotioneel gebied. Werkgevers bieden vaak beperkte flexibiliteit en professionele respijtzorg is schaars. Wanneer mensen langdurig onder druk staan, zonder ondersteuning, zonder rustmomenten en zonder vaardigheden om met complexe zorgsituaties om te gaan, neemt de kans toe dat frustratie omslaat in verwaarlozing of mishandeling van de oudere. Maar ook anderen uit het gezin hebben er onder te leiden.
Stel we kiezen om in de zorginstellingen te investeren en professionele zorg toegankelijk te maken voor iedere zorgbehoevende. Meer bedden creëren betekent niet automatisch minder incidenten van verwaarlozing en mishandeling. Ook binnen instellingen spelen immers structurele factoren een rol, zoals personeelstekorten, hoge werkdruk, complexere zorgvragen en onvoldoende training in dementie, gedragsproblemen en psychiatrische aandoeningen.
Wanneer mensen en systemen overbelast raken, neemt het risico op fouten, verwaarlozing en grensoverschrijdend gedrag toe. Dat betekent niet dat deze vormen van verwaarlozing en mishandeling goedgepraat moet worden. Wel helpt het ons te begrijpen waarom preventie meer vraagt dan alleen strenger toezicht of extra financiën.
Ouderenverwaarlozing en ouderenmishandeling zijn geen privékwesties, maar maatschappelijke problemen. In een samenleving waar nauwelijks ruimte bestaat voor extra sociale voorzieningen, waar de druk op het rechtssysteem en de zorg al groot is en waar de economie beperkt van omvang is, kunnen deze bijkomende kosten uiteindelijk de spreekwoordelijke druppel zijn die de emmer doet overlopen. Er bestaat geen eenvoudige oplossing. Dat laat onverlet dat we bepaalde stappen kunnen nemen.
We kennen de resultaten van onderzoeken uit andere landen. We herkennen veel van dezelfde knelpunten en zien vergelijkbare gevolgen om ons heen. Dat geeft aanleiding om te vermoeden dat ouderenverwaarlozing en mishandeling ook op Curaçao vaker voorkomen dan we denken en verschillende oorzaken kennen. Wij kunnen die onderzoeken als uitgangspunt nemen en gericht lokaal onderzoek verrichten. Zo reageren we niet op incidenten, maar gaan we richting structureel beleid ontwikkelen.
We zouden ook beter kunnen samenwerken. Werkgevers die afspreken om zich flexibeler op te stellen ten aanzien van mantelzorgers. Banken die families helpen met het signaleren van verdachte transacties op bankrekeningen van ouderen. Binnen de zorg kunnen multidisciplinaire teams samenwerken en elkaar ondersteunen met kennisdeling. Medici en paramedici kunnen beter letten of signalen van verwaarlozing en mishandeling en vervolgens adequaat handelen.
Geld blijft een issue. Gebrek aan kennis ook. Toch is er nóg een stap die wij als gemeenschap vandaag al kunnen zetten: het gesprek voeren, de verbanden leggen en verder kijken dan onze neus lang is. Enkele jaren geleden zette de Taakgroep Ouderenwelzijn een belangrijke eerste stap door de uitdagingen van de vergrijzing op de agenda te plaatsen. Dat werk verdient een vervolg. Ouderenverwaarlozing en mishandeling is geen onvermijdelijk gevolg van vergrijzing en we moeten durven spreken over wat te lang onbesproken is gebleven.
Wil je meedoen met het gesprek? Deel dit artikel met je vrienden en familie en zoek samen extra informatie op het internet. Wij delen alvast een aantal handige links: